Positie van het slachtoffer door de jaren heen

Wekelijks wordt over de voorgeschreven literatuur van het vak straf(proces)recht II in het tweede semester geblogd. Deze keer is ‘het slachtofferstrafrecht’ aan de beurt.

Door: Laura Hickford

Als je slachtoffer of nabestaande van een slachtoffer bent, dan is dat een ingrijpende gebeurtenis, omdat het veel invloed kan hebben op diens leven. Hierdoor neemt het slachtoffer een steeds belangrijkere positie in het strafproces in. Tot 1990 had het slachtoffer een beperkte rol binnen het strafrecht. Zij hadden bijvoorbeeld geen spreekrecht. Zowel nationaal, als internationaal, is er discussie ontstaan over de positie van het slachtoffer binnen het strafrecht. Deze discussie heeft geleid tot grote veranderingen. 

Wet Terwee

Deze commissie, ingesteld op 20 augustus 1985, had als doel de mogelijkheden na te gaan voor het slachtoffer om schadevergoeding te vorderen. In maart 1988 werd het rapport uitgebracht, vergezeld door een wetsvoorstel. Het was de eerste wet waarin het slachtoffer een zekere rol mocht gaan spelen in het strafrecht. De doelstellingen waren:

  • Verruiming van de mogelijkheid van de benadeelde partij om zich met een civiele vordering te voegen in het strafproces;
  • Invoering van de schadevergoedingsmaatregel (art. 36f Sr);
  • Opname van een bijzondere voorwaarde in art. 14c lid 2 Sr (plicht tot storting van geld in Schadefonds geweldsmisdrijven); en
  • Verbetering van de Wet voorlopige regeling Schadefonds geweldsmisdrijven. 

Met uitzondering van de invoering van een schadevergoedingsmaatregel zijn alle voorstellen overgenomen. Vanaf dit moment heeft het slachtoffer dus (meer) rechten en werd diens rol in het strafproces verbeterd. De Wet Terwee is tot uitdrukking gekomen in de artikelen 51a-51h en artikelen 332-335 Sv. 

Spreekrecht

De Nederlandse wetgeving kent sinds 1 januari 2005 het spreekrecht voor het slachtoffer. Dit is een van de meest uitgebreide en belangrijke rechten van het slachtoffer. Het slachtoffer (of diens nabestaanden) krijgt spreekrecht om tijdens de zitting ‘’een verklaring af te leggen omtrent de gevolgen die het tenlastegelegde feit… bij hem teweeg heeft gebracht’’. Sinds 1 januari 2011 is het spreekrecht geregeld in art. 51e Sv. In 2012 kwam de Wet uitbreiding spreekrecht. Het spreekrecht werd dus weer verder uitgebreid, namelijk:

  • Spreekrecht voor nabestaanden uitgebreid (max. 3);
  • Spreekrecht voor ouders/verzorgers als vertegenwoordigers van minderjarige slachtoffers die te jong zijn;
  • Spreekrecht namens slachtoffers die fysiek of geestelijk daartoe niet in staat zijn;
  • Ieder slachtoffer mag een woordvoerder aanwijzen;
  • Spreekgerechtigde moet worden opgeroepen; en aanwezigheid bij strafzaken vanaf 12 jaar; in bijzondere gevallen onder de 12; rechter mag mensen onder de 18 weigeren.

Per 1 juli 2016 zijn de rechten van de spreekgerechtigden weer verder uitgebreid.[1] Er is besloten dat er een opheffingsverbod kwam om alleen over de gevolgen van het delict te mogen spreken. Ook is opgenomen dat  er geen recht is op het stellen van vragen door de verdachte aan het slachtoffer en daarnaast is opgenomen dat als de verklaring belastend is voor de verdachte er een mogelijkheid is dat het slachtoffer wordt beëdigd als getuige.

Wet uitbreiding slachtofferrechten

Eind 2019 is het wetsvoorstel Wet uitbreiding slachtofferrechten aan de Tweede Kamer gezonden.[2] Het wetsvoorstel regelt dat:

  • Verdachten van ernstige zeden- en geweldsmisdrijven aanwezig moeten zijn op de rechtszitting en bij de uitspraak. Het slachtoffer kan in dat geval zijn of haar spreekrecht uitoefenen in het bijzijn van de verdachte. 
  • Het slachtoffer spreekrecht krijgt tijdens de tbs-verlengingszitting. De slachtoffers hebben zo rechtstreeks contact met de rechter. Zij kunnen dan aangeven  waarom zij bescherming nodig hebben. Je kunt hierbij denken aan een contactverbod of straatverbod.
  • De stieffamilie van een overleden slachtoffer mag spreken tijdens de rechtszitting.

Het wetsvoorstel is op 13 oktober 2020 aangenomen door de Tweede Kamer. Minister Dekker van Rechtsbescherming geeft ook aan dat dit wel het minste is wat je kunt doen voor het slachtoffer en/of de nabestaanden. De aanwezigheid kan daarnaast helpen bij het verwerken van de ingrijpende gebeurtenis. Echter, zal, volgens de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), de wet ervoor zorgen dat een deel van de slachtoffers juist niet naar de zitting komen om een confrontatie met de verdachte  te vermijden. 


[1] Wet van 14 april 2016 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter aanvulling van het spreekrecht van slachtoffers en nabestaanden in het strafproces en wijziging van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven ter uitbreiding van de mogelijkheid van uitkering aan nabestaanden, Stb. 160.
[2] https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/slachtofferbeleid/rechten-voor-slachtoffers-en-nabestaanden
[3] M. Malsch, ‘Pas eerst bestaande maatregelen beter toe vóór nieuwe slachtofferwetten te maken’, NJBVIog 26 juli 2018; M. Malsch, N. Dijkman & A.J. Akkermans (2015), Het zichtbare slachtoffer: privacy van slachtoffers binnen het strafproces, Amsterdam: NSCR & VU.