Bewapenen van buitengewoon opsporingsambtenaren

Door: Maarten Veld

Regelmatig uiten buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s) dat zij zich beter willen kunnen wapenen tegen het geweld dat zij ervaren. Zo ook deze week na een incident in Rotterdam Zuid, waarbij een boa zijn achillespees scheurde ten gevolge van het geweld.[1] Boa’s benoemen dat zij graag de mogelijkheid willen hebben tot het gebruik van bijvoorbeeld een wapenstok, bodycam en/of pepperspray. Het gebruik van bodycams door boa’s is al mogelijk gemaakt in verschillende gemeentes, zoals Amsterdam en Breda.[2]

Er zijn zes verschillende domeinen waarbinnen een boa werkzaam kan zijn:

  • Openbare Ruimte
  • Milieu, welzijn en infrastructuur
  • Onderwijs
  • Openbaar vervoer
  • Werk, Inkomen en Zorg
  • Generieke Opsporing

Voorbeelden van boa’s zijn de toezichthouder, boswachter, leerplichtambtenaar en sociale recherche. Een boa mag alleen in het gebied werken waarvoor hij of zij is opgeleid. Wat een boa mag doen, staat omschreven in de zogeheten akte van opsporingsbevoegdheid.[3]

Boa’s van het domein Openbare Ruimte helpen mee met toezicht houden op de lokale orde en veiligheid. Zij zijn vaak in dienst van de gemeente om bijvoorbeeld de leefbaarheid van wijken te verbeteren. Hierbij mogen zij verdachten staande houden en boetes uitschrijven, bijvoorbeeld in geval van fout parkeren. Deze boa’s zijn uitgerust met handboeien en een portofoon die in contact staat met de politie. De politieambtenaren beschikken wel over de gewenste wapenstok en pepperspray. Zowel de politie als de boa’s gelden als diensten die op grond van art. 3a WWM uitgezonderd zijn van enkele verboden in die wet.[4]

Volgens Minister Grapperhaus ligt het geweldsmonopolie wat hem betreft bij de politie.[5] De politie komt de bevoegdheid om geweld te gebruiken toe op grond van art. 7 Politiewet:

“De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, is bevoegd in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld of vrijheidsbeperkende middelen te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet op de aan het gebruik hiervan verbonden gevaren, rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt. Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf.”

Toch is ook de boa bevoegd om geweld toe te passen op grond van art. 6 Wet op de bijzondere opsporingsdiensten:

“De opsporingsambtenaar is bevoegd in de rechtmatige uitoefening van zijn taak geweld te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet op de aan het gebruik van geweld verbonden gevaren, rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt.”

De bevoegdheid om geweld toe te passen met gebruik van een geweldsmiddel komt in beginsel alleen toe aan de krijgsmacht en de politie. Slechts in uitzonderlijke gevallen worden geweldsmiddelen aan anderen toegekend. Het toekennen van geweldsmiddelen aan een boa geschiedt slechts indien de noodzaak hiertoe door de aanvrager aangetoond is. In geval van een toezichthouder is dit de burgemeester.

Ook moet de boa zijn bekwaamheid in de omgang met het betreffende wapen aantonen.[6] Het toekennen van geweldsmiddelen wordt tevens afhankelijk gesteld van de in redelijkheid te verwachten kans dat de boa bij de uitvoering van zijn functie met geweld of dreiging met geweld wordt geconfronteerd. Per geweldsmiddel gelden vervolgens nog aanvullende toekenningseisen.[7]

Concluderend: het bewapenen van boa’s met een wapenstok en/of pepperspray is juridisch mogelijk. Rest de vraag wat de rechtssociologische gevolgen zijn indien boa’s standaard worden uitgerust met dergelijke geweldsmiddelen.

[1] https://nos.nl/artikel/2330430-boa-s-pleiten-na-incident-in-rotterdam-opnieuw-voor-betere-uitrusting.html

[2] https://nos.nl/artikel/2270751-boa-s-in-amsterdam-krijgen-toch-bodycam-na-geslaagde-proef-breda.html

[3] https://www.politie.nl/themas/buitengewoon-opsporingsambtenaar.html

[4] H.J.B. Sackers in: Tekst & Commentaar Strafrecht, art. 3a WWM 1997 (online Kluwer Navigator, bijgewerkt 1 september 2019.

[5] Kamerstukken II 2019/20, 29628, 940, p. 37.

[6] Artikel 5 lid 1 Regeling wapens en munitie.

[7] Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar 2019, Bijlage A.