De wetswijziging geweldsaanwending opsporingsambtenaar

Door: Berinay Aydin

Naar aanleiding van de dood van George Floyd op 25 mei jl. worden wereldwijd demonstraties gehouden tegen politiegeweld en institutioneel racisme. Zo ook in Nederland.[1] Tegen de achtergrond van deze gebeurtenissen, vroeg advocaat Richard Korver de aandacht voor een wetswijziging in het Wetboek van Strafrecht betreffende de geweldsaanwending van opsporingsambtenaren.[2] Deze wetswijziging is bijna unaniem aangenomen door de Tweede Kamer en is momenteel aanhangig bij de Eerste Kamer.[3] In deze blog zullen de belangrijkste wijzigingen worden besproken.[4]

Allereerst wordt er een speciale strafuitsluitingsgrond voor opsporingsambtenaren geïntroduceerd.[5] Op grond van het huidige artikel 42 WvSr wordt iemand die uitvoering geeft aan een wettelijk voorschrift en daarbij een strafbaar feit pleegt, niet strafbaar geacht. Met de wetswijziging zal een tweede lid worden toegevoegd aan dit artikel, waarin wordt bepaald dat een ambtenaar die in de rechtmatige uitoefening van zijn taak en in overeenstemming met zijn geweldsinstructie geweld gebruikt, niet strafbaar zal zijn.[6] Dit is een expliciete schulduitsluitingsgrond voor opsporingsambtenaren en deze kan alleen worden toegepast indien er binnen het kader van de geweldsinstructie is opgetreden. Dit is dus niet het geval bij excessief geweldgebruik.

Ten tweede wordt er een nieuwe strafbaarstelling geïntroduceerd. Met de wetswijziging zal er een artikel 372 WvSr worden toegevoegd, te weten: ‘het schenden van de geweldsinstructie’.[7] Indien een opsporingsambtenaar de geweldsinstructie overschrijdt en dit aan de schuld van de opsporingsambtenaar te wijten is, wordt hij of zij momenteel via de reeds bestaande geweldsdelicten, zoals mishandeling en doodslag, vervolgd. Volgens minister Ferdinand Grapperhaus behelst de nieuwe strafbaarstelling gevallen waarin de geweldsinstructie is overschreden ten gevolge van ‘een verwijtbare inschattingsfout of onvoorzichtigheid van de opsporingsambtenaar’. Dit biedt het Openbaar Ministerie dus een alternatief voor vervolging op basis van de reeds bestaande geweldsdelicten.[8]

Ingevolge het amendement-Van Dam, is het echter niet mogelijk om een dagvaarding uit te brengen voor primair de reeds bestaande geweldsdelicten en secundair de nieuwe strafbaarstelling.[9] De officier van justitie zal dus direct een keuze moeten maken voor welke strafbaarstelling er vervolgd zal worden. Welke vervolgbeslissing er volgt, moet worden bepaald op grond van een feitenonderzoek.[10] Echter, dit feitenonderzoek hoeft niet plaats te vinden na elke melding van overschrijding van de geweldsinstructie.[11] De officier van justitie heeft hiertoe de discretionaire bevoegdheid.

Ten slotte verandert de relatieve competentie van de rechtbanken. Momenteel is in beginsel de rechtbank bevoegd binnen het rechtsgebied waar het feit is begaan.[12] Met de wetswijziging krijgt Rechtbank Midden-Nederland de exclusieve bevoegdheid om kennis te nemen van zaken betreffende de geweldsaanwending van opsporingsambtenaren.[13]

Zoals eerder vermeld, ligt deze wetswijziging momenteel bij de Eerste Kamer. De eerste vragenronde heeft plaatsgevonden op 9 juni jl.[14] De datum van de stemming is tot op heden nog onbekend. Of deze wet daadwerkelijk in deze vorm zal worden aangenomen, is dus nog in het gewis.

[1] https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/meer-betogingen-tegen-racisme-georganiseerd-in-heel-nederland~bc994fa4/.

[2] https://www.nporadio1.nl/politiek/24288-ophef-om-beschermingswet-agenten.

[3] Alleen DENK stemde tegen. Zie https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?did=2019D42298&id=2016Z24907.

[4] Zie voor de gehele wetswijziging: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2016Z24907&did=2019D44105.

[5] Artikel I onder A van de wetswijziging.

[6] Idem.

[7] Artikel I onder C van de wetswijziging.

[8] Brief Ferdinand Grapperhaus aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, 8 juni 2020, ‘Vervolging politiegeweld in relatie tot wetsvoorstel geweldsaanwending opsporingsambtenaar’.

[9] Kamerstukken II 2019/34641 nr. 14. Dit amendement is verwerkt in de wetswijziging als het artikel 261a WvSv.

[10] Titel IIIA, artikel 51ab van de wetswijziging.

[11] Titel IIIA, artikel 511a van de wetswijziging.

[12] Artikel 2 WvSv.

[13] Artikel II onder aA van de wetswijziging.

[14] https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34641_geweldsaanwending.