Wraking

Door: Berinay Aydin

Iedereen heeft recht op de behandeling van zijn zaak door een onpartijdige en onafhankelijke rechter. Dat is een fundamenteel recht, verankerd in zowel internationale verdragen als onze nationale wetgeving.[1] Als een van de partijen de indruk krijgt dat de rechter toch niet onpartijdig is, kan hij of zijn advocaat (schriftelijk) verzoeken om de rechter te laten vervangen door een andere, onpartijdige rechter.[2] Dit wordt ook wel wraking genoemd.

Er zijn twee gronden waarop een procespartij een rechter kan wraken.[3] De eerste grond betreft de subjectieve onpartijdigheid van de rechter. In dat geval vindt de wrakende partij dat de rechter persoonlijk vooringenomen is. Te denken valt aan het geval dat de rechter persoonlijke relaties heeft met een andere procespartij. De tweede grond is de objectieve onpartijdigheid. Dit houdt in dat er feiten en omstandigheden zijn die reden geven om te vrezen dat een rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen. Een voorbeeld is de wijze van bejegening van de partijen door de rechter. Het merendeel van de wrakingsverzoeken valt in deze laatste categorie.[4]

Wanneer mag een partij dan zo’n wrakingsverzoek doen? In de wet staat dat het verzoek moet worden ingediend ‘zodra de feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, aan de verzoeker bekend zijn geworden’.[5] Dit is dus heel breed geformuleerd. Indiening van het verzoek kan zowel voor als tijdens de behandeling van de zaak. Het is zelfs mogelijk om de rechter te wraken na de behandeling van de zaak, mits de rechter nog geen (eind)uitspraak heeft gedaan.[6]

Hoe zit de procedure in elkaar? Als de behandelende rechter het niet eens is met de wraking, wordt het verzoek doorgezonden naar de wrakingskamer. Die kamer bestaat uit drie rechters van hetzelfde gerecht. Vervolgens beoordeelt de wrakingskamer binnen twee weken of de vrees van vooringenomenheid terecht was of niet.[7] Bij de beoordeling van zo’n verzoek geldt als uitgangspunt dat de rechter geacht wordt onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren dat de rechter de zaak vooringenomen behandelt, ofwel een objectief gerechtvaardigde vrees hiervoor opleveren bij de verdachte.[8] Is dit inderdaad het geval, dan wordt er naar aanleiding van een schriftelijke beslissing een nieuwe rechter op de zaak gezet. Zo niet, dan behandelt dezelfde rechter met de veronderstelde onpartijdigheid en onafhankelijkheid de zaak. Twijfelt de partij nog steeds aan de onpartijdigheid van de rechter, dan kan de partij de betreffende rechter nog een keer wraken. Dit kan wel pas als er nieuwe feiten of omstandigheden zijn.[9]

Heeft deze procedure dan een grote kans van slagen? Uit jaarverslagen van de Raad voor de Rechtspraak blijkt dat slechts een klein percentage van het aantal wrakingsverzoeken wordt toegewezen. In 2019 bijvoorbeeld, was dit percentage maar 2,5%. De kans is dus groot dat de partij na een wrakingsverzoek met dezelfde rechter blijft zitten.[10]

[1] Zie bijvoorbeeld artikel 6 EVRM, artikelen 36 t/m 41 WvRv, artikelen 512 t/m 518 WvSv en artikelen 8:15 t/m 8:20 Awb. 

[2] I. Giesen, e.a., ‘Op weg naar een nieuwe wrakingsprocedure. Meer legitimiteit en minder oneigenlijk gebruik’, NJB 2013, afl. 8, p. 466-476.

[3] V. Boelhouwers & J. Nan, ‘Wraking 2.0, NJB 2016, afl. 14, p. 924-930.

[4] Idem.

[5] Artikel 513 WvSv.

[6] Raad voor de rechtspraak, ‘Procedure om de rechter te wraken’, https://www.rechtspraak.nl/Themas/Wraking/Paginas/Procedure-om-de-rechter-te-wraken.aspx.

[7] Raad voor de rechtspraak, ‘Wraking’, https://www.rechtspraak.nl/Themas/Wraking.

[8] HR 18 april 1995, NJ 1996, 73, rov. 5.5.2.

[9] Zie o.a. artikel 513 lid 4 WvSv.

[10] Raad voor de rechtspraak, ‘Rechtspraak in tijden van crisis. Jaarverslag 2019’, https://www.jaarverslagrechtspraak.nl/, p. 71.