Verward gedrag of strafbaar gedrag? Over de grens tussen zorg en straf
Conflicten met verwarde personen zijn steeds vaker aan de orde. Agenten komen vaak als eerst in contact met mensen in psychische nood. Als verward gedrag uitloopt tot overlast of geweld, komt het strafrecht in aanmerking. Maar is dat wel de juiste aanpak?
De cijfers achter ‘verward gedrag’
De term ‘verwarde personen’ dook de afgelopen jaren steeds vaker op in het nieuws. Het gaat vaak om personen met diverse uiteenlopende psychische problemen, verslavingen en maatschappelijke kwetsbaarheid. Volgens het CBS werden in 2023 ruim 130.000 meldingen van verward gedrag geregistreerd – een verdubbeling ten opzichte van tien jaar eerder.
Deze stijging zegt niet per se dat er méér ‘verwarde’ mensen zijn, maar wel dat het strafrecht steeds vaker als vangnet fungeert voor zorgproblemen.
Strafrecht als vangnet
Het strafrecht wordt niet geschreven om zorg te verlenen, maar om verschijnselen van norm-overschrijdend gedrag te bestraffen. Toch wordt het in de praktijk vaak ingezet waar de zorg tekortschiet. Waarom? Opvanggebrek, wachtlijsten GGZ en het verdwijnen van de sociale infrastructuur.
De Wet geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet forensische zorg (Wfz) stellen doelstellingen om de straf-zorgkloof te verkleinen, maar de uitvoering schiet nog vaak tekort. Zo blijktuit Inspectie Justitie en Veiligheid (2024) dat mensen met psychische stoornissen nog te vaak uitkomen in een politiecel in plaats van in een behandelsetting.
Waar ligt de grens tussen straf en zorg?
Het onderscheid is juridisch en moreel diffuus. Als iemand onder invloed van een stoornis een strafbaar feit pleegt, kan dit leiden tot:
- Strafuitsluiting (bijvoorbeeld ontoerekeningsvatbaarheid ex art. 39 Sr)
- Plaatsing in een tbs-kliniek
- Een combinatie van straf en zorg (bijv. ISD-maatregel of gedragsbeïnvloedende voorwaarden)
De praktijk laat zien dat die grens niet zwart-wit is. Rechters hebben regelmatig moeite met de vraag: Is dit iemand die straf verdient, of hulp nodig heeft?
Van strafrecht naar zorgrecht: de roep om samenwerking
Meer en meer experts zijn voor een “zorg voor straf”-benadering. Het concept: vroegsignalering en interventie in de zorg vermijden dat iemand in het strafrecht belanden.
In steden als Rotterdam en Utrecht zijn inmiddels veiligheids- en zorghuizen actief waar politie, GGZ en gemeenten samengaan in het voorkomen van escalatie. Toch blijft die samenwerking kwetsbaar: privacyregels, financieringsverschillen en bureaucratie zorgen vaak voor vertraging.
Een nieuw perspectief op ‘verantwoordelijkheid’
Het strafrecht gaat uit van schuld, maar psychische ontregeling ondermijnt juist die veronderstelling. Moeten we de traditionele standpunten over toerekeningsvatbaarheid en verwijtbaarheid herzien in het licht van moderne psychiatrische inzichten?
Sommige strafrechtsgeleerden pleiten voor een meer genuanceerd model waarin verminderde toerekeningsvatbaarheid niet automatisch leidt tot strafvermindering, maar tot meer maatwerk: zorggerichte sancties die recidive echt kunnen verminderen.
Conclusie: een systeem onder spanning
De grens tussen verward gedrag en strafbaar gedrag is niet juridisch te trekken, maar maatschappelijk. Zolang de zorg tekortschiet, blijft het strafrecht noodgedwongen optreden als opvangnet. Daarmee wordt het een laatste redmiddel voor maatschappelijke zorgproblemen, waarvoor het strafrecht eigenlijk nooit bedoeld was.
