Verhoor en Zelfbescherming: Nemo Tenetur Stap Voor Stap
Nemo tenetur is een belangrijk beginsel in het strafrecht. Niemand mag gedwongen worden om mee te werken aan zijn eigen veroordeling of bewijs tegen zichzelf te leveren. Dit is natuurlijk ook toepasselijk in een verhoorsituatie. In deze strafblog gaan we je uitleggen hoe dit beginsel werkt, hoe het zich verhoudt tot een verhoor en hoe je met een stappenplan een tentamenvraag hierover kan beantwoorden.
Verhoor
Om te bepalen of er strijd is met het nemo tenetur-beginsel moet er eerst worden vastgesteld of er sprake is van een verhoor. Daarvoor moet allereerst sprake zijn van een verdachte op grond van art. 27 Sv. Daarnaast heeft de Hoge Raad in HR Spontane verklaring tijdens transport voorwaarden gesteld wanneer er sprake is van een verhoor:
- Er worden vragen gesteld aan de verdachte;
- Er worden vragen gesteld over de betrokkenheid van de verdachte bij een strafbaar feit (materieel criterium);
- Een spontane bekentenis valt niet onder dit criterium.
- De vragen worden in een rechtstreekse confrontatie tussen de opsporingsambtenaar en de verdachte gesteld.
Nemo tenetur
Het nemo tenetur-beginsel bestaat uit drie kernpunten:
- Het zwijgrecht;
- Geen dwang tot belastende verklaringen ;
- Onderscheid tussen wilsafhankelijk en wilsonafhankelijk bewijs.
Nemo tenetur is verankerd in art. 6 EVRM en art. 29 Sv. Het onderscheid tussen wilsafhankelijk en wilsonafhankelijk materiaal is belangrijk. Wilsafhankelijk materiaal is materiaal dat afhankelijk is van de wil van de verdachte. Eigenlijk kan dit gezien worden als bewijs wat uit je hoofd moet komen. Het materiaal bestaat pas als een verdachte het zegt of onthult. Het klassieke voorbeeld is een verhoor. Dit materiaal mag nooit afgedwongen worden, omdat het anders in strijd is met art. 6 EVRM. Wilsonafhankelijk materiaal bestaat ook zonder een verklaring van de verdachte. Hierbij kan gedacht worden aan documenten.
Toepasselijke jurisprudentie
EHRM Saunders/ VK (1996)
In dit arrest werd een scheidslijn geïntroduceerd tussen wilsafhankelijk en wilsonafhankelijk materiaal. Verklaringen worden gezien als wilsafhankelijk materiaal. Documenten daarentegen worden gezien als wilsonafhankelijk materiaal.
Jalloh/Duitsland (2006)
In sommige gevallen kan wilsonafhankelijk materiaal toch in strijd zijn met art. 6 EVRM. Het arrest introduceert vier toetsingscriteria: mate van dwang, algemeen belang, procedurele waarborgen en gebruik van het bewijs
Gäfgen/Duitsland (2010)
Verdachte werd gedwongen tot een verklaring door het dreigen met marteling. Dit is in strijd met art. 3 EVRM. Echter, deze verklaring werd niet gebruikt tijdens de strafzaak, omdat de verdachte tijdens de zitting een bekennende verklaring aflegde. Deze verklaring mocht wel gebruikt worden en was niet in strijd met het nemo tenetur-beginsel.
Stappenplan voor je tentamen
- Is er sprake van een verdachte op grond van art. 27 Sv?
- Is er sprake van een verhoor? (HR Spontane verklaring tijdens transport)
- Is het materiaal dat verkregen is wilsafhankelijk of wilsonafhankelijk? (EHRM Saunders/VK)
- Een verklaring of een code -> wilsafhankelijk
- Fysiek sporenmateriaal -> wilsonafhankelijk
- Hoe is het bewijs verkregen?
- Mate van dwang
- Relevante omstandigheden van het geval
- Toets aan het EHRM-kader (EHRM Jalloh/ Duitsland)
- Aard en mate van dwang
- Algemeen belang bij opsporing
- Procedurele waarborgen.
- Gebruik van bewijs
- Trek je conclusie. Is er een schending? En zo ja, wat zijn de gevolgen?
Met dit stappenplan beoordeel je gestructureerd of er sprake is van een schending van het nemo tenetur-beginsel. Vergeet niet om goed te verwijzen naar relevante wetsartikelen, jurisprudentie en criteria voor een volledig antwoord!
